De Wet kansspelen op afstand is in november 2024 geëvalueerd. In dat rapport staat een zin die zelden wordt geciteerd. Er is namelijk geen bruikbare nulmeting van vóór de wet. De onderzoekers konden de stand van nu dus nergens tegen afzetten. Elk kanalisatiecijfer dat sindsdien langskomt, rust op een meetlat zonder beginpunt.
Twee Kamerleden stelden daar in september vragen over. Die vragen liggen er nog steeds, want op 29 september kwam er uitstel. Hieronder staat wat er is onderzocht. En wat de onderzoekers zelf over hun beperkingen schreven. Dat maakt uit voor de cijfers die je over deze markt hoort.

Kort
- De evaluatie van de Wet kansspelen op afstand kwam op 5 november 2024 naar de Kamer, ruim zeven maanden na de termijn van drie jaar uit de wet.
- De onderzoekers schrijven zelf dat een eenduidige nulmeting van vóór de wet ontbreekt. Er is dus geen beginpunt om de uitkomst tegen af te zetten.
- De Kansspelautoriteit publiceert twee kanalisatiecijfers die ver uiteenlopen: 91 tot 95 procent van de spelers, 53 procent van het geld.
- Kamervragen hierover liggen sinds 8 september 2026; op 29 september kwam uitstel van de beantwoording.
Wat is een nulmeting en waarom is die nodig?
Hoe de wet zelf werkt, staat elders op deze site. Een nulmeting legt eerst vast hoe de situatie was vóór een maatregel inging. Daarna kun je meten wat de maatregel heeft veranderd, in plaats van alleen hoe het nu is. Zonder zo’n beginpunt weet je wel waar je staat, maar niet hoe ver je bent gekomen.
Bij gokbeleid is dat verschil groot. Vóór 2021 werd er ook al online gegokt. Alleen gebeurde dat zonder vergunning, en dus zonder zicht. Hoeveel het was, is nooit goed vastgelegd.
Wat schrijft de wet voor over de evaluatie?
Artikel VIII van de wijzigingswet geeft de minister drie jaar. Binnen die termijn moet er een verslag naar de Staten-Generaal. Daarin staat of de wet werkt en wat zij in de praktijk doet. Dat artikel staat niet in de Wet op de kansspelen zelf. Het staat in de wet van 20 februari 2019, in Staatsblad 2019, 127.
Het tweede lid is specifieker. Daarin staan vier onderwerpen die het verslag inzichtelijk moet maken. Dat zijn de meeropbrengst van de kansspelbelasting en de behaalde kanalisatiegraad. En daarnaast het succes van de verslavingszorg bij speelhallen en horeca, plus de afdrachten aan de sport. De kanalisatiegraad is dus wettelijk voorgeschreven.
Wanneer is de Wet kansspelen op afstand geëvalueerd?
Het rapport draagt als datum 21 oktober 2024 en ging op 5 november 2024 naar de Tweede Kamer. Het heet “Drie jaar legaal online gokken”. Onderzoeksbureau Dialogic innovatie & interactie voerde het uit. Opdrachtgever was het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum, kortweg het WODC.
De Wet kansspelen op afstand trad op 1 april 2021 in werking. Drie jaar later is dus 1 april 2024. Dat is onze eigen rekensom op de data uit de wet. Het rapport kwam dus ruim zeven maanden na die termijn. Reken je vanaf 1 oktober 2021, toen de markt openging? Dan was de termijn nog altijd om.
Wat zeggen de onderzoekers zelf over de nulmeting?
De samenvatting is er onomwonden over. Letterlijk staat er dat een eenduidige nulmeting van vóór de wet ontbreekt. Daardoor konden zij de situatie van nu niet vergelijken met de situatie zonder de wet.
In het hoofdrapport komt er een tweede reden bij. De legalisering viel samen met de coronapandemie, waardoor mensen sowieso meer thuis zaten. Daarnaast kregen de onderzoekers geen toegang tot spelersdata uit de controledatabank. Dat belemmerde volgens hen de volledigheid van de evaluatie.
Hetzelfde rapport beveelt voor nieuwe regels precies het omgekeerde aan. Zet vooraf een vaste manier van meten op, met nulmetingen erbij.
Was er dan nooit een nulmeting gedaan?
Jawel, en dat maakt het scherper. Onderzoeksbureau Intraval deed in 2016 een nulmeting voor het WODC. Breuer & Intraval deden daar in december 2021 een vervolgmeting op. Het WODC noemde die tweede meting toen zelf de basis voor de evaluatie van 2024.
Dialogic zegt niet dat die metingen waardeloos zijn. Het zegt dat er geen eenduidige nulmeting is die als vergelijkingspunt kan dienen. Dat is een ander oordeel, en het verschil tussen die twee is precies waar deze discussie over gaat.
Wat betekent dit voor het kanalisatiecijfer?
De Kansspelautoriteit, de toezichthouder op kansspelen in Nederland, publiceert twee kanalisatiecijfers die ver uiteenlopen. In spelersaantallen komt zij uit op 91 of 95 procent. In geld, het brutospelresultaat, op 53 procent. De rest gaat naar aanbieders zonder Nederlandse vergunning, zoals buitenlandse goksites.
Beide cijfers staan in de monitoringsrapportage van voorjaar 2026. De kanttekeningen staan erbij. Het spelerscijfer berust namelijk op een panel van driehonderd spelers. Daarom waarschuwt de toezichthouder zelf voor doorrekenen naar de hele bevolking. Het geldcijfer komt uit zoekvolume van Google Ads. Daaruit zijn drie aanbieders handmatig geschrapt, want hun cijfers leken op manipulatie.
Wat deze cijfers niet aantonen
Ze zeggen niets over hoeveel schade er is. Ze zeggen ook niet of de wet werkt. Ze schatten alleen hoe groot het legale deel van de markt is, verder niets. De methoden daarvoor noemt de toezichthouder zelf onnauwkeurig. En zonder nulmeting is er geen cijfer van vóór 2021 om ze tegen af te zetten.
Wat gebeurt er nu met de Kamervragen?
Joost Sneller (D66) en Daniel van den Berg (JA21) dienden de vragen op 8 september 2026 in. Zij richtten zich tot staatssecretaris Van Bruggen. Het kamerstuknummer is daarbij 2026Z18196. De set telt zeventien vragen.
Belangrijk daarbij: die vragen gaan niet alleen over gokken. Het onderwerp heet “evaluatiebepalingen in wetgeving” en er passeren zes wetten. De Wet kansspelen op afstand komt in twee van de zeventien vragen voor. Zij dient daar namelijk als voorbeeld.
Op 29 september 2026 kwam er uitstel. De staatssecretaris meldde dat beantwoording niet binnen de gebruikelijke termijn lukt. De reden: nog niet alle benodigde informatie is binnen. Sindsdien staat de zaak bij de Tweede Kamer als niet afgedaan. Een Kamervraag is overigens een vraag, geen besluit.
Waar je op moet letten bij een kanalisatiecijfer
Vraag altijd twee dingen. Gaat het over spelers of over geld? En over welke periode? Die twee verschillen bij dezelfde meting met ongeveer veertig procentpunt. Bovendien beschrijven ze iets anders.
De wet schrijft voor dát de kanalisatiegraad inzichtelijk wordt gemaakt, niet waartegen. Zolang dat beginpunt ontbreekt, blijft elk cijfer een momentopname.